Begin bij jezelf en werk terug. Schrijf op wat je weet over je ouders en grootouders: volledige namen, geboorteplaatsen, partners en belangrijke datums. Zet naast ieder gegeven waar het vandaan komt. Een herinnering uit een familiegesprek krijgt een andere aantekening dan een datum die je in een akte hebt gelezen.
Verzamel eerst thuis
Bekijk trouwboekjes, rouwkaarten, bidprentjes en brieven. Schrijf ook de achterkant van foto’s over. Vraag familieleden wie erop staan en waarop zij hun antwoord baseren. Het Rijksarchief in België raadt aan met zulke familiedocumenten en gesprekken te beginnen. Bewaar het oorspronkelijke document en maak een werkkopie. Zet een vraagteken bij een onzekere lezing; vul een ontbrekende naam nog niet aan.
Kies één persoon en één gebeurtenis
Neem de oudste gebeurtenis waarvan je plaats en periode voldoende zeker weet. Zoek bijvoorbeeld eerst een huwelijk, in plaats van tegelijk alle personen met dezelfde achternaam te verzamelen. Noteer vooraf welke ouders of partner je verwacht aan te treffen. Lees daarna de akte en vergelijk de namen, leeftijden en plaatsen. Zoek de volgende generatie pas verder wanneer die aansluiting klopt. De onderzoekshulpen van het CBG bieden hiervoor een afzonderlijke route voor basisonderzoek.
Zoek in Nederland en België op plaats
Zoek de gemeente eerst in de plaatszoeker. Voor Nederlandse voorouders begin je bij de gemeentelijke of regionale archiefdienst van de plaats waar de gebeurtenis is vastgelegd. WieWasWie en Open Archieven kunnen een ingang op naam bieden. Het Nationaal Archief verwijst hiervoor naar lokale en regionale archieven. Voor België heeft AGATHA aparte ingangen voor personen en voor de registers zelf. Een naamtreffer helpt je het register te vinden; de afbeelding blijft de controle.
Bewaar bewijs en zoekwerk samen
Maak per persoon een korte lijst met gebeurtenis, datum, plaats en bronverwijzing. Bewaar bij een akte het archief, de collectie, het inventarisnummer, het aktenummer en de vaste link. Noteer ook zoekpogingen zonder resultaat, met de gebruikte spelling en periode. Zo herhaal je hetzelfde werk niet en weet je later wat nog openstaat.
Werk zo de verbindingen naar je ouders, grootouders en een volgende generatie na. Jongere gegevens zijn soms nog niet openbaar; raadpleeg dan de openbaarheidshulp. Kies je volgende bron met Welke bron voor welke periode.